Alle artsen kunnen Aldara voorschrijven. Belangrijk is dat de juiste diagnose wordt gesteld. Ook huisartsen hebben doorgaans voldoende kennis en ervaring om met Aldara te behandelen.
Door het specifieke werkingsmechanisme van Aldara wordt je eigen afweersysteem gestimuleerd om natuurlijke afweerstoffen aan te maken die de afwijkende huidcellen opruimen. Aldara doodt heel selectief de aangetaste cellen en beschadigt niet of nauwelijks de gezonde huid. Door het afsterven van de aangetaste cellen kan er soms een huidreactie ontstaan zoals roodheid en kan de huid zelfs opengaan waardoor zich korsten kunnen vormen. De roodheid en de korstvorming worden veroorzaakt door het afsterven van de abnormale cellen en is volkomen normaal gedurende de behandeling met Aldara. Als het echter te erg wordt kan je, in overleg met je arts, even tijdelijk stoppen met smeren.
Na verloop van tijd herstelt de huid zich door groei van gezonde nieuwe huidcellen. Je aandoening kan dus door de werking van Aldara soms eerst erger worden maar daarna geneest het tot een normale gezonde huid. Stop hierom niet met de therapie. De meeste patiënten vinden dat het eindresultaat het tijdelijke ongemak meer dan waard is. Wanneer één van deze verschijnselen echter zeer ernstige vormen aanneemt, neem dan contact op met je arts. Het is mogelijk dat ook plekken op je huid rood worden waarvan je dacht dat deze huid nog normaal was. Dit betekent dat deze plekken ook afwijkende cellen bevatten die nog niet met het blote oog te zien waren.
Indien je specifieke instructies van je arts gekregen hebt dan is het belangrijk om deze nauwkeurig op te volgen. Voor en na het aanbrengen van Aldara was je goed je handen. Na het insmeren de behandelde huid niet bedekken met verband of iets anders. Gooi na het aanbrengen de lege sachet weg. Bewaar eventueel overgebleven crème niet voor een volgende keer. Gebruik iedere keer dat je Aldara aanbrengt een nieuw sachet. Hoe vaak en hoe lang je Aldara moet gebruiken hangt af van de aandoening waarvoor je arts het heeft voorgeschreven. Kijk op de bijsluiter voor specifieke informatie voor het gebruik van Aldara bij de behandeling van Actinische keratose, basaalcelcarcinoom of genitale wratten.
Door het unieke werkingsmechanisme wordt Aldara ingezet bij de behandeling van huidaandoeningen waarbij sprake is van afwijkende huidcellen.
Aldara is geregistreerd voor de behandeling van drie ziektebeelden:
1. Actinische keratose
2. Superficieel basaalcelcarcinoom
3. Genitale wratten
Aldara is een geneesmiddel met immuun modulerende eigenschappen, ook wel Immune Response Modifier genaamd. Aldara brengt in je huid een kettingreactie op gang waardoor je eigen immuunsysteem weer natuurlijke afweerstoffen gaat aanmaken. Deze natuurlijke afweerstoffen bestrijden de kankercellen van het basaalcelcarcinoom of plaveiselcel-carcinoom of bestrijden de cellen die geïnfecteerd zijn door het virus dat genitale wratten veroorzaakt. Aldara zet als het ware je eigen afweersysteem weer aan om afwijkende huidcellen op te ruimen.
Als de arts Aldara voorschrijft, levert de apotheker het af en kun je als patiënt beginnen met de behandeling. De zorgverzekeraar kan achteraf een controle doen op de vergoeding. Als je eigen risico (€ 165,- voor 2010) reeds verbruikt is krijg je het middel vergoed, anders wordt het ingehouden op het eigen risico. Soms speelt de diagnose een rol in de vergoeding, maar dat berust op een misverstand.
Efudix en Aldara worden allebei voor superficieel basaalcelcarcinoom en actinische keratosen voorgeschreven. De manier waarop deze twee geneesmiddelen hun werk doen is verschillend. In studies is aangetoond dat het uiteindelijke resultaat met Efudix wat minder is: bij 2 op de 5 patiënten keert de ziekte terug.
Houd het behandelschema in de gaten wanneer je wel en niet moet smeren. Neem nooit een extra dosis en ga gewoon verder volgens het voorgeschreven schema. Klik hier voor meer informatie over het behandelschema van actinische keratose en klik hier voor het behandelschema van het basaalcelcarcinoom.
Aldara wordt 's avonds op de plek aangebracht, het is niet nodig dit verder af te dekken met pleisters of verband.
Aldara zet je afweersysteem aan om de kankercellen (het superficieel basaalcelcarcinoom of voorlopers daarvan, actinische keratosen) op te ruimen. De kans op volledige genezing is 90% bij het superficieel basaalcelcarcinoom . Van de actinische keratosen plekjes is na de behandeling 75% verdwenen. In beide gevallen keert de ziekte bij 1 op de 5 patiënten weer terug.
Er zijn meerdere behandelingen mogelijk voor huidkanker; dit is ook afhankelijk van de soort huidkanker, waar de kanker zich bevindt en hoe snel je het hebt ontdekt.
Melanomen worden vrijwel altijd chirurgisch verwijderd met daarna eventueel nog een aanvullende behandeling zoals chemotherapie om uitzaaiingen te bestrijden.
Plaveiselcelcarcinomen worden in de meeste gevallen chirurgisch verwijderd of bestraald.
Voor basaalcelcarcinomen zijn er diverse mogelijkheden; crème die je thuis kunt aanbrengen, cryotherapie (bevriezing), fotodynamische therapie (PDT; een ziekenhuisbehandeling met licht), curettage (de tumor wordt met een scherpe lepel weggeschraapt), chirurgie of bestraling.
Actinische keratose, een voorstadium van huidkanker, kan op veel verschillende manieren worden behandeld. De arts kan ook hier een crème voorschrijven die je thuis kunt toepassen. Andere mogelijkheden zijn fotodynamische therapie, lasertherapie, cryotherapie, dermabrasie (het bovenste laagje van de huid wordt weggeschuurd), chemische peeling (met een zure vloeistof wordt het buitenste huidlaagje weggeëtst), curettage of chirurgie. Als aanvullende behandeling kan de arts retinoïden voorschrijven; dit zijn stofjes die de normale opbouw van de huid stimuleren.
De behandelmethodes worden uitgebreid bij de verschillende soorten huidkanker besproken. Klik op onderstaande links om meer informatie te lezen over de verschillende behandelmogelijkheden van huidkanker of het voorstadium van huidkanker.
Behandelen Actinische keratose
Behandelen Basaalcelcarcinoom
Behandelen Plaveiselcelcarcinoom
Behandelen Melanoom
Als je een plekje op je huid hebt dat lijkt op eczeem of een wondje, maar dat niet overgaat na enkele weken en misschien zelfs wel groter wordt, of als je een bultje hebt dat langzaam groter wordt of een moedervlek die gaat jeuken, bloeden of van kleur verandert, is het aan te raden naar de huisarts te gaan. Het hoeft geen huidkanker te zijn, maar het moet wel even nagekeken worden door een arts.
Huidkanker komt voornamelijk voor bij mensen met een lichte huidskleur. Vooral in combinatie met rossig of blond haar en blauwe ogen. Mensen met dit huidtype hebben minder pigment in de huid en dit pigment is een natuurlijke bescherming tegen UV-straling.
Mensen die voor hun werk of voor hun plezier veel aan de zon zijn blootgesteld of die in hun jeugd ernstig en/of vaak door de zon zijn verbrand en mensen die veelvuldig gebruik maken van de zonnebank, lopen een verhoogd risico op huidkanker.
Een speciale groep wordt gevormd door mensen die medicijnen moeten gebruiken die het afweersysteem onderdrukken, bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie, of die om een andere reden een sterk verzwakte afweer hebben, bijvoorbeeld bij HIV. Door het slecht of niet werkende afweersysteem worden huidcellen die ontsporen niet opgeruimd en deze krijgen zo de kans uit te groeien tot huidkanker.
Daarnaast is er een aantal vormen van huidkanker waarbij sprake is van erfelijke aanleg.
Dat is afhankelijk van de soort huidkanker. Melanomen zijn de meest agressieve en kwaadaardige huidtumoren. Ze kunnen uitzaaien en het is dus belangrijk dat deze vorm van huidkanker zo snel mogelijk wordt herkend en behandeld. Hoe eerder dit gebeurt, hoe kleiner de kans op uitzaaiingen.
Een plaveiselcelcarcinoom kan ook uitzaaien en hiervoor geldt hetzelfde als voor melanomen; hoe sneller het wordt herkend en behandeld, hoe kleiner het risico op uitzaaiingen is.
Basaalcelcarcinomen zaaien over het algemeen niet uit, maar ook hierbij is het belangrijk zo snel mogelijk te behandelen; deze vorm van huidkanker groeit langzaam door en kan zo lokaal toch veel schade aanrichten.
De meeste vormen van huidkanker ontstaan door cumulatieve zonschade; door herhaaldelijke zonschade raakt de huid telkens iets meer beschadigd, totdat de emmer overloopt en er huidkanker of een voorloper daarvan (actinische keratose) ontstaat. Dit is een proces van jaren en dat kan niet meer worden teruggedraaid. Het is dus belangrijk om vanaf de geboorte verstandig met de zon om te gaan en zo het risico op huidkanker te verkleinen.
Het beste is, om de zon te mijden, zeker als die op haar hoogst staat (tussen 11 en 15 uur).
Als dit niet kan, of je wilt toch in de zon zitten, gebruik dan een zonnebrandcrème met een voldoende hoge beschermingsfactor (>30) en smeer je meerdere keren per dag in.
Bedek je hoofd met een hoed of pet en trek bedekkende kleding aan. Onder een parasol kun je ook nog verbranden!
De meeste vormen van huidkanker ontstaan door overbelasting met Ultra Violette straling van de zon of zonnebank. De UV-straling veroorzaakt beschadigingen in het erfelijk materiaal (DNA) van de huidcellen. Deze beschadigde cellen worden in de meeste gevallen opgeruimd door het afweersysteem van de huid. Als er echter heel veel beschadigde cellen zijn, bijvoorbeeld door regelmatige of ernstige zonschade, kan het gebeuren, dat er enkele ontspoorde cellen ontsnappen aan de afweer en deze cellen kunnen uitgroeien tot huidkanker.
Daarnaast zijn er enkele zeldzame vormen van huidkanker die ontstaan door ontsporing van witte bloedcellen in de huid (lymfomen), ontsporing van bindweefselcellen (sarcomen) of waarbij sprake is van erfelijke aanleg.
Er zijn drie verschillende soorten huidkanker: het melanoom, het basaalcelcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom.
Melanoom
Het melanoom is de meest ernstige vorm van huidkanker. Een melanoom ontstaat meestal vanuit een moedervlek en is zeer aggressief van aard. Een melanoom groeit snel en zaait snel uit naar andere plaatsen in het lichaam. Bij een verandering van de grootte, de vorm of de kleur van een moedervlek dien je dan ook onmiddellijk je huisarts te raadplegen. Gezien het aggressieve karakter van melanomen moeten deze chirurgisch en/of met chemotherapie behandeld worden. Een melanoom kan dus niet met een crème zoals Aldara of Efudix behandeld worden. Gelukkig komen melanomen relatief weinig voor en kan een arts goed het verschil zien met de andere soorten huidkanker. De andere twee soorten huidkanker worden veelal aangeduid als non-melanoma huidkanker en zijn veel minder aggressief van aard.
Basaalcelcarcinoom
Het Basaalcelcarcinoom is de meest voorkomende soort kanker bij de mens. Het ontstaat meestal op veelvuldig aan de zon blootgestelde delen van de huid. Een basaalcelcarcinoom zaait vrijwel nooit uit en is derhalve zelden levensbedreigend. Mensen met een licht huidtype (huidtype 1 of 2) lopen het grootste risico na regelmatige blootstelling aan de zon of zonnebank om basaalcelcarcinomen te ontwikkelen. Vroeger werden basaalcelcarcinomen vooral gezien bij ouderen. Tegenwoordig worden ze steeds vaker bij jongere mensen gezien, al vanaf het 30e levensjaar. Dit komt door toename van blootstelling aan zonlicht, bijvoorbeeld tijdens vakanties in (sub-)tropische oorden. Basaalcelcarcinomen komen dan ook vooral voor op de vaak door zon beschenen huiddelen, zoals de romp, het gezicht, de oren, de hals en de nek. Basaalcelcarcinomen kunnen op verschillende manieren behandeld worden, bijvoorbeeld door middel van chirurgie, fotodynamische therapie, bevriezing, Aldara crème, Efudix crème of een combinatie. Ieder van de genoemde behandelingen kent specifieke voor- en nadelen die je met je arts kunt bespreken.
Plaveiselcelcarcinoom
Het plaveiselcelcarcinoom is een agressievere vorm van non-melanoma huidkanker die snel groeit en uitzaait in het lichaam.
Deze vorm van huidkanker wordt in de meeste gevallen chirurgisch behandeld.
Het voorstadium van het plaveiselcelcarcinoom is actinische keratose (AK). Actinische keratosen zijn ruwe, schilferende plekken op de huid. De kleur varieert van rood tot huidskleurig. Ze komen voor op huid die vele jaren intensief belicht is geweest door de zon of zonnebank gedurende vele jaren. Daarom worden ze vooral gezien in het gezicht, op de kalende schedel, op de oorschelpen en handruggen. Vooral mensen die beroepshalve veel in de zon zijn geweest (tuinders, vissers, bouwvakkers) of mensen die vaak in zonnige vakantielanden zijn geweest hebben een verhoogd risico. Ook mensen die langdurig met weerstandsverlagende geneesmiddelen worden behandeld, zoals patiënten die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, hebben een grote kans om actinische keratosen te ontwikkelen. Actinische keratose gaat niet vanzelf weg en kan zonder behandeling ontaarden in een plaveiselcelcarcinoom. Actinische keratose dient dan ook altijd behandelt te worden waarbij gekozen kan worden uit behandelingen met met bevriezing, electrocoagulatie, laserbehandeling, fotodynamische therapie, Efudix crème, Aldara crème of een combinatie.
Sommige medicijnen mag je niet gebruiken tijdens de zwangerschap. Dat geldt met name in de eerste drie maanden. Bespreek met je arts dat je zwanger wilt worden en stem de behandeling daar op af. Als je de wratten wilt behandelen voor je zwanger wordt en je kiest voor een middel dat schade aan het ongeboren kind kan verrichten, zorg dan voor een goed anticonceptiemiddel tijdens de behandeling.
Ook als de wratjes na de behandeling zijn verdwenen, is veilig vrijen belangrijk. Je weet namelijk niet zeker of je het virus kwijt bent. Veilig vrijen is bovendien niet alleen van belang om infectie met het wrattenvirus te voorkomen, maar ook om andere soa te voorkomen.
De arts kan een aantal dingen voor je doen:
De wratten hebben vrijwel nooit gevolgen voor de baby. Sommige behan¬delingen kunnen wel gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind. Vertel daar¬om aan je arts dat je zwanger bent, zodat hij de behandeling hierop af kan stemmen. Na je zwangerschap kunnen de wratten een stuk minder zijn of zelfs vanzelf verdwijnen.
Helaas kunnen genitale wratten ook na behandeling terugkeren. Dat gebeurt in 25-30% van de gevallen binnen een half jaar. Dit komt omdat het virus, ondanks de behandeling vaak toch achterblijft. Hoe eerder je je laat behandelen, des te makkelijker is de behandeling.
Genitale wratten worden veroorzaakt door een ander virus dan de wratten die je op je vingers hebt.
Een condoom verkleint de kans op de meeste seksueel overdraagbare aandoeningen. Het biedt waarschijnlijk ook bescherming tegen genitale wratten, maar geen 100%. Omdat een condoom de geslachtsdelen nooit helemaal bedekt, blijft besmetting mogelijk als de wratjes buiten de condoomrand zitten. Ook beschermt het condoom niet als er virusuitscheiding plaats¬vindt op de huid rond de geslachtsdelen.
Genitale wratten worden meestal overgedragen via seksueel contact. Maar je kunt het ook krijgen als je bijvoorbeeld de handdoek of washand gebruikt van iemand die genitale wratten heeft en zich net met die handdoek heeft afgedroogd. Genitale wratten kunnen ook worden overgebracht via de vingers, als die kort tevoren in contact met de genitaliën zijn geweest.
Op zich hoeft dat niet. Meestal gaan de wratjes vanzelf weg. Maar genitale wratten zijn de eerste drie maanden relatief gemakkelijk te behandelen. Bovendien kan het aantal wratten zich snel uitbreiden. Veel mensen vinden dat een onaangenaam gezicht. Als de wratten zich uitbreiden zijn ze ook moeilijker te behandelen. Bovendien zijn de wratten erg besmettelijk. Door je te laten behandelen, wordt je vermoedelijk minder besmettelijk.
Genitale wratten zijn bobbeltjes of uitstulpinkjes, die nog het meest lijken op piepkleine bloemkooltjes. Ze zitten op en rond de geslachtsdelen. Soms zitten de wratten inwendig. Dan zijn ze moeilijk te ontdekken. Als je vermoedt dat je genitale wratten hebt, ga dan naar een arts om je te laten onderzoeken.
Staat je vraag er niet bij? Stel zelf een vraag